Wanneer mensen met elkaar trouwen, of buiten huwelijk een
affectieve of intieme relatie aangaan, volgen daaruit automatisch
vermogensrechtelijke of financieel-economische kwesties. Dat is de focus van
het relatievermogensrecht. Op welke fundamenten we dat
relatievermogensrecht vormgeven, en met welke doelstellingen, staat sterk in
functie van de verhouding tussen autonomie en bescherming in die affectieve
relatie.
In dit boek zoekt Alain-Laurent Verbeke naar een antwoord op
de vraag hoe die verhouding tussen autonomie en bescherming het best vorm
krijgt bij horizontale affectieve relaties tussen twee of meer volwassen
meerderjarige personen. Naast de drie courante types samenwoningsrelaties (huwelijk,
wettelijke en feitelijke samenwoning), gaat er ook aandacht naar een vierde
type dat de grote diversiteit aan postmoderne relatievorming omvat die buiten
het klassieke familierecht worden gehouden. Dit is de vraag naar een inclusief
relatievermogensrecht.
Op basis van een denkproces van bijna 40 jaar integreert dit
boek eerdere ideeën en nieuwe gedachten in een consistent verhaal met duidelijke
en haalbare voorstellen voor een billijk en inclusief relatievermogensrecht dat
het paradigma van de autonomie kan verzoenen met de nood aan billijkheid, bescherming
en solidariteit.
Het resultaat is een modulair default-systeem waar samenwonende
partners slechts doordacht en met kennis van zaken kunnen uitstappen. Het biedt
de nodige bescherming en billijkheid, en respecteert tegelijk ten volle de ware
en onderhandelde autonomie. Vermits het systeem modulair is, kan de versterkte
opt-out flexibel en op een genuanceerde manier gebeuren, en is het geen
alles-of-niets-, zwart-of-wit-situatie. Daarenboven biedt de modulaire
benadering een geweldige opportuniteit om ons relatievermogensrecht meer inclusief
te maken en, via een genuanceerde opt-in, open te stellen voor de rijke
variaties aan assemblages van relaties tussen twee of meerdere intieme
partners.
In deel 1 ligt de focus op het klassieke prototype van de
horizontale affectieve relaties, het huwelijk. Deel 2 bekijkt vervolgens de
wettelijke en de feitelijke samenwoning. De technische wettelijke regels van het
vigerende Belgische recht voor het huwelijk worden toegelicht in Appendix 1.
Deze van de ongehuwde samenwoning in Appendix 2. In deel 3 exploreert de auteur
de postmoderne affectieve relaties waarna hij in deel 4 een geïntegreerd
voorstel met een modulair raamwerk voor een ‘billijk en niet-discriminerend relatievermogensrecht
en partnererfrecht’ voor alle intieme samenlevingsrelaties formuleert. Deel 5
tenslotte vat dit voorstel samen in vijfentwintig stellingen.
Beleidsmakers, advocaten, magistraten, notarissen, studenten, algemeen publiek